woensdag 3 maart 2010

OVER DE EURO

.




________________________________________
















De zeppelin destijds was gevuld
met brandbaar helium,
En er was slechts een roer aan boord..
De Euro-ballon is gevuld met lucht,
En er zijn 27 roergangers aan boord…



Al eens nagedacht wat er gebeurt als een opgeblazen ballon leeg loopt.
Herinnert U zich de invoering van diezelfde Euro? Ieder lidstaat moest een welbepaalde coëfficiënt voor de omrekening invoeren. Om speculaties te vermijden werd die op een welbepaalde dag, op een welbepaald uur, op een welbepaalde seconde, gelijktijdig door ieder land bepaald. Voor ons was 40,3399, met welbepaalde beperkte afronding van de uitkomst, naar boven of naar onder. Nadien verdwenen de stukjes van 1 en 2 eurocent uit circulatie, en we werden wijsgemaakt dat de overgang van Francs naar Euro’s in geen geval mocht misbruikt worden om de prijzen te verhogen. Wat iedereen met klank omzeilde en waartegen nooit werd opgetreden….
Wat denkt U dat er zou gebeuren als de afspraak over de waarde van onze Euro eens zou opgezegd worden, of achterhaald door de feiten?
Voorheen werd ons altijd voorgehouden (wijsgemaakt?) dat de Franc overeenstemde met een welbepaalde verhouding naar de goudvoorraad in de kelders van de Nationale Bank. Nu is die goudvoorraad grotendeels opgesoupeerd, is er geen Franc meer, en berust de Euro gewoon op het erewoord van de politiekers.
En we weten allemaal dat gezegd erewoord geen Eurocent waard is….Voor de tsunami van gevolgen hebben die trouwens al lang een spreekwoord voorzien. U raadt het nooit, maar het is het vanouds gekende ‘Après nous le déluge’. Voor de Vlamingen onder ons: dat wil zeggen dat we de boom in kunnen!
Hoe dat een actuaris thans rekent met toekomstige waarden van een contract, mag Joost weten.

‘De euro is ten dode opgeschreven’
27-02-2010 - Ellen CLeeren en Wouter Vervenne - De tijd
Hij beseft dat hij klinkt als een ketter in een kerk. Maar volgens de Nederlandse cultuureconoom Arjo Klamer is de euro geen lang leven meer beschoren. ‘Andere economen kijken mij meewarig aan. Toch blijf ik erbij. Zelfs met een gemeenschappelijk Europees begrotingsbeleid kan de euro niet standhouden. Vroeg of laat botst de eurozone op de onderliggende culturele verschillen. En toch moet je in de euro geloven. Dat is de mantra waarvan je niet mag afwijken.’
Op zijn bureautje aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit zit hij er wat uitgeblust bij. De cultuureconoom Arjo Klamer heeft het razend druk. Om de haverklap wordt hij opgebeld door journalisten omwille van zijn tegendraadse standpunt. ‘Iedereen hoort tegenwoordig voor Europa te zijn. Afwijkende visies zijn niet meer welkom. Wat ik mis, is een open debat zoals dat in het Verenigd Koninkrijk of in Zweden wordt gevoerd.’
In de Nederlandse pers wordt Klamer wel eens geassocieerd met Leefbaar Nederland, de rechts-populistische partij van de vermoorde politicus Pim Fortuyn. ‘Ten onrechte’, stelt Klamer. ‘Ik ben niet verknocht aan een politieke partij. Ik praat veel met de socialisten, maar kan me evengoed vinden in sommige standpunten van de liberale VVD of het christelijke CDA. Eigenlijk ben ik een sociaal-liberaal.’
Klamer is ook een euroscepticus, zo veel is duidelijk. Meer nog, hij is een euroscepticus van het eerste uur. Nog voor de invoering van de euro, ondertekende hij met een 70-tal andere economen een manifest tegen de Economische en Monetaire Unie. Dat was in 1997, twee jaar voor de invoering van de euro. De kritiek van toen was vooral gericht tegen het Verdrag van Maastricht, dat in 1992 was gesloten. Daarin staan harde eisen waaraan landen moeten voldoen als ze willen meedoen aan de euro. De belangrijkste zijn dat het begrotingstekort niet mag uitstijgen boven 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en dat de staatsschuld onder 60 procent moet blijven.
Volgens de economen ging het om een stel uit de lucht gegrepen percentages. Bovendien hebben de eurolanden volgens de sceptici nauwelijks nog zelf instrumenten in handen om iets te doen als het met hun economie slecht gaat. Zo kunnen ze geen eigen rentebeleid voeren. De rente wordt bepaald door de Europese Centrale Bank (ECB) en die houdt geen rekening met verschillen tussen landen. ‘De Grieken konden hun rente niet verhogen toen dat nodig was. Ze konden evenmin de drachme devalueren. Ook Spanje kon de rente niet op eigen houtje verhogen om de speculatie in de vastgoedmarkt tegen te gaan. Geen enkel euroland kan nog een eigen monetair beleid voeren dat aangepast is aan zijn specifieke situatie’, stelt Klamer.
Daarbij komt dat een monetaire unie zonder politieke unie volgens heel wat economen, Klamer incluis, vroeg of laat in de problemen komt. Elke monetaire unie heeft een instantie nodig om te onderzoeken of de gemaakte afspraken worden nageleefd. De installatie van een Europese Centrale Bank alleen volstaat niet. Want Europa heeft, zo blijkt, lang niet genoeg gedaan om het Griekse beleid bij te sturen. ‘En nu Griekenland in de problemen zit, is Europa ook vleugellam. Er is geen schatkist waaruit Europa middelen kan putten om de Grieken te hulp te schieten. Alle mogelijke reddingsscenario’s hangen louter en alleen af van de bereidwilligheid van andere eurolanden. Op termijn is dat onhoudbaar.’
Hoe ziet u de toekomst van de eurozone concreet?
Arjo Klamer: ‘Ik denk niet dat de eurozone meteen uit elkaar zal spatten. Er zijn te veel onderlinge verbintenissen. Nu zal Duitsland nog wel over de brug komen om Griekenland uit de nood te helpen. Duitse banken bezitten ook veel Grieks waardepapier. Ze hebben er dus alle belang bij te vermijden dat Griekenland failliet gaat. Maar bij zo’n reddingsoperatie loopt Duitsland blijvende littekens op. Politiek is het voor bondskanselier Angela Merkel moeilijk te verkopen dat de beste leerling uit de klas moet bijspringen voor de slechtste leerling: Grieken die de lonen te veel lieten stijgen en sjoemelen met hun statistieken. Merkel zal zich wel nog sterk maken, maar ook zij blijft niet eeuwig in het zadel. Wat zal haar opvolger doen? De euro zal uiteen spatten als voor Duitsland de maat vol is, op het ogenblik dat Duitsland vindt dat het een te hoge prijs betaalt voor de instandhouding van de euro.’
‘Wanneer dat precies zal gebeuren, is niet te bepalen. Maar als Duitsland zich terugtrekt uit de eurozone, zullen Nederland en België volgen. Mij lijkt het realistisch om met dat scenario rekening te houden.’
Welk advies zou u vandaag geven aan bijvoorbeeld de Belgische regering?
Klamer: ‘Mocht ik premier van België zijn, dan zou ik in het grootste geheim een ambtelijke commissie samenroepen om te bespreken wat de opties zijn. Volgen we Duitsland als dat zich terugtrekt? België en Nederland zullen nooit als eerste uit de eurozone stappen. Maar als Duitsland het doet, moeten ze wel klaar staan. Gaan we weer voor een eigen munt? Persoonlijk ben ik voorstander van een scenario waarbij elk land terugkeert naar de eigen munt. Voor reizigers valt het betalingsgemak van een enkele munt dan wel weg, maar wat doet het ertoe als we weldra toch alles met elektronische kaarten betalen?’
U druist regelrecht in tegen het beeld van een steeds grotere integratie tussen de EU-lidstaten en de wil om over steeds meer terreinen gemeenschappelijke afspraken te maken.
Klamer: ‘De Europese Unie vloeit voort uit het 19de-eeuwse concept van de natiestaat. Dat concept wordt klakkeloos toegepast op de 21ste eeuw, terwijl niemand zich afvraagt of het wel nog geschikt is. We drammen maar voort op de gedachte dat we grote monetaire en bestuurlijke eenheden moeten creëren, met een gemeenschappelijk parlement, een gemeenschappelijk gerechtshof en een centrale regering. We hanteren nog steeds het recept waarmee in de 19de eeuw de Italiaanse en de Duitse eenmaking tot stand kwam. Maar dat werkt niet meer. We moeten snel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen, ons onderwijs aanpassen, enzovoort. Uit onderzoek blijkt dat kleine staten dat soort uitdagingen veel efficiënter en met meer betrokkenheid aanpakken dan logge structuren zoals de Europese Unie. Europa is te groot. En er bestaat niet zoiets als een Europees volk. Bestuurlijk kan je die verschillende volkeren wel een tijdje bij elkaar houden, maar het zal niet blijven duren.’
Zelfs met een sterk centraal beleid, zullen de eurozone en de Europese Unie geen standhouden?
Klamer: ‘Dat klopt. Europa heeft alleen oog voor de creatie van een gemeenschappelijke markt en een gemeenschappelijk bestuur. Maar die logica volstaat niet om Europa samen te houden. Men ziet de sociaal-culturele factor helemaal over het hoofd. Een samengaan van Fortis en ABN AMRO zou nooit gewerkt hebben omdat de cultuurverschillen tussen Belgen en Nederlanders te groot zijn. Belgen zijn veel meer geneigd zich te schikken naar de beslissing van hun hiërarchische oversten. Een Nederlander kan moeilijk een beslissing accepteren waar hij zelf geen deel heeft aan gehad. Soms hoor je wel eens: dat komt allemaal wel goed met al die cultuurverschillen. Maar Italië heeft de Sicilianen nog steeds niet onder de markt. Dat is een volkje apart hoor! Kijk naar België. Jullie houden toch ook slechts ‘met de moed der wanhoop’ Vlamingen en de Walen bij elkaar. En een opgesplitst België hoeft toch geen drama te zijn. Een autonome Vlaamse regering zou economisch slagvaardiger kunnen zijn.’
Moeten we de voordelen van de eurozone dan zomaar overboord gooien? Een eengemaakte munt en een stabiele wisselkoers hebben voor kleine, open economieën als België en Nederland toch grote voordelen?
Klamer: ‘Dat is een grote misvatting. Handelaars zijn juist gebaat bij wisselkoersschommelingen. Als ze daar verstandig mee omgaan, verdienen ze er aan. Echte handelaren dekken zich ook in tegen de risico’s van wisselkoersschommelingen. Dat kost ook weer geld, maar daar verdienen anderen dan weer aan.’
‘Een gemeenschappelijke munt kan stabiliserend werken. Maar het stabiliserende effect van de euro is meer te danken aan de samenwerking tussen de Britse premier Gordon Brown en het Franse staatshoofd Nicolas Sarkozy dan aan het optreden van de Europese Centrale Bank.’
‘Dat de euro stabiliserend werkt, vind ik propaganda die pro-Europeanen graag aanvoeren. Er bestaan wel studies die dat onderschrijven. Maar het stabiliserende effect is toch veel minder groot dan vaak wordt beweerd. Bovendien snijdt dat mes langs twee kanten. Want de euro kan ook destabiliserend werken zoals nu: als de economieën divergeren, als speculanten lont ruiken en zij merken dat wij niet eendrachtig reageren of slechts slappe uitspraken doen of nog : als zou blijken dat Europa niet de instrumenten heeft om de inflatie te beheersen.’
‘Je moet geloven dat de euro goed is. Je moet geloven dat de euro ons heeft gered. Dat is het mantra. En vele economen herhalen dat. Het wordt me niet in dank afgenomen dat ik daar vraagtekens bij plaats. Ik hoef niet te rekenen op een hoge positie in Europese kringen. Met dat soort uitlatingen wring ik mezelf in een merkwaardig isolement. Ik geloof niet dat we met het overboord gooien van de euro flink aan welvaart zouden inboeten. Dat is een bedreiging die niet hard te maken is. Ook Argentinië heeft de dollar losgelaten. Op korte termijn leidde dat wel tot chaos en paniek. Maar ook Argentinië krabbelt toch weer overeind.’
In uw visie gaan we naar een meer versnipperd Europa. Kunnen we dan nog een economische vuist maken tegenover andere economische grootmachten zoals de VS en China?
Klamer: ‘Het is ook verkeerd te denken dat eendracht macht maakt. Het is niet zo dat je alsmaar groter moet worden om sterker te worden. Landen die zichzelf klein houden, denk aan Zwitserland, Singapore of Noorwegen, doen het goed omdat ze een eigen beleid kunnen voeren en genoeg steun hebben om snel in te spelen op veranderingen.’
‘Kleine landen hebben wel niet de macht om het grote verschil te maken. Niets belet dat ze met andere landen samenwerken als ze dat nodig of nuttig vinden. Wat mij betreft mag je het parlement in Brussel gerust behouden. Maar laat de samenstelling ervan afhangen van de onderwerpen die je er behandelt. Laat van mijn part de Russen en de Chinezen aanschuiven als je er milieukwesties bespreekt, of laat er enkel de Noord-Europese landen bij elkaar zitten over de arbeidswetgeving. In Zuid-Europa doen ze dat toch weer anders. Ik pleit voor flexibiliteit. Maar laat ons afstappen van die 19de-eeuwse dichtgetimmerde mogendheden. Daar zullen we geen enkele economische oorlog mee winnen
Bron Iskander

Geen opmerkingen: